HEERE, zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur van mijn lippen.
Laat mijn hart zich niet neigen naar een slechte zaak,
om goddeloze daden te verrichten met mannen die onrecht bedrijven;
en laat mij niet eten van hun lekkernijen.

Dm A7 Dm
HEERE, zet een wacht voor mijn mond,
Gm. A7. Dm
behoed de deur van mijn lippen.
Dm A7 Dm Gm. A7. Dm
Laat mijn hart zich niet neigen naar een sle – chte zaak,
F Gm A7 Dm
om goddeloze daden te verrichten met mannen die onrecht bedrijven;
Dm Gm A Dm
en laat mij niet eten van hun lek – kernijen.’
Dm Gm A7 Dm
Psalm 141 vers 3 en 4
